Road safety terms English - Dutch

Click to sort Sorteer
 ( a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w y z 
object voorwerp
object lying on the road los voorwerp
objective probability of detection objectieve pakkans
obscure onoverzichtelijk
observe the rules, comply with the rules, obey the rules naleven, regels
obstacle-free zone obstakelafstand
obstacle-free zone obstakelvrije zone (langs de rijbaan)
occupant inzittende
odometer kilometerteller
OEI (Overview Effects Infrastructure) OEI-richtlijn (Overzicht Effecten Infrastructuur)
off ramp, exit ramp afrit (van een autoweg)
off-the-road vehicle terreinwagen
offence, violation overtreding, misdrijf
offender, perpetrator overtreder
on ramp, entry ramp oprit, toerit (naar een autoweg)
on ramp, entry ramp toerit, oprit (naar een autoweg)
on-the-spot accident investigation ongevalsonderzoek ter plaatse
oncoming traffic tegemoetkomend verkeer
oncoming vehicle tegenligger
one way street weg met éénrichtingsverkeer
one-eyed eenogig
one-way cycle track eenrichtingsfietspad
one-way traffic eenrichtingsverkeer
ongoing doorgaand / aanhoudend
open road environment open wegomgeving
opportunity, chance kans (gunstige gelegenheid, 'kans grijpen')
optimise optimaliseren
order in council algemene maatregel van bestuur
orderly, surveyable overzichtelijk
origin-destination traffic herkomst-bestemmingsverkeer
outbound traffic uitgaand verkeer
outbound traffic verkeer, uitgaand
outcome afloop
outlook (in future) verkenning (blik in de toekomst)
outside buitenkant
overloaded (vehicle) overbeladen (vehicle)
overtaking (US = passing) inhalen
overtaking sight distance (US = passing distance) inhaalzicht
overturning over de kop gaan